logo

anders dan elders

Notionele Intrestaftrek

De regering Di Rupo heeft in 2012 allerhande nieuwe fiscale maatregelen ingevoerd om de federale begroting niet te laten ontsporen. De nieuwe “onderkapitalisatie”- of “thin cap”-regel werd behandeld in onze vorige nieuwsbrief. In deze nieuwsbrief komen de wijzigingen inzake de aftrek voor risicokapitaal aan bod, beter bekend als de “notionele intrest”.

De oude regeling (tot en met aanslagjaar 2012)

De notionele intrestaftrek werd destijds ingevoerd als tegemoetkoming aan ondernemingen die hun investeringen financierden met eigen middelen (en dus niet via leningen). De notionele intrestaftrek laat immers toe om een bepaald bedrag (dat bekomen wordt door een wettelijk vastgelegd tarief te vermenigvuldigen met het “gecorrigeerd” eigen vermogen) af te trekken van het belastbaar resultaat. Het toepasselijk tarief voor de notionele intrestaftrek wordt in principe jaarlijks bepaald op basis van het gemiddelde tarief van de rente op lineaire obligaties op 10 jaar. Voor kleine vennootschappen ligt dit tarief een half procentpunt hoger. Het tarief bedroeg 3,425% (3,925% voor kleine vennootschappen) in aanslagjaar 2012.

Bij gebrek aan voldoende winst in een bepaald boekjaar kon het “overschot” aan notionele intrestaftrek overgedragen worden naar de zeven volgende aanslagjaren en afgetrokken worden van latere winsten. Door de specifieke berekening van de overdracht van de notionele intrestaftrek werden winstgevende vennootschappen zelden door deze tijdsbeperking van zeven jaar getroffen.

De nieuwe regeling (vanaf aanslagjaar 2013)

Zoals reeds gesteld, blijft het principe van de notionele intrestaftrek overeind. Dit is het goede nieuws. Er kan dus nog steeds een bedrag van de belastbare winst afgetrokken worden dat bekomen wordt door een vastgesteld tarief toe te passen op het “weliswaar gecorrigeerd” eigen vermogen van de onderneming.

Er worden evenwel enkele beperkingen ingevoerd:

  • De beperking van het tarief tot maximum 3% (3,5% voor de kleine vennootschappen).
  • De afschaffing van de overdracht naar de volgende jaren van het “overschot” aan notionele intrestaftrek.

    Vanaf aanslagjaar 2013 zal er geen overdracht van de notionele intrestaftrek meer mogelijk zijn. Concreet betekent dit dat vanaf aanslagjaar 2013 de notionele intrest enkel nog kan worden afgezet tegen de winst van het betrokken belastbaar tijdperk zelf. “Overschotten” aan notionele intrestaftrek (ontstaan vanaf aanslagjaar 2013) gaan verloren aangezien ze niet meer kunnen worden afgezet tegen latere winsten.

    Er werd echter in een (helaas vrij complex) overgangsregime voorzien voor de “voorraad” aan notionele intrestaftrek die werd opgebouwd tot en met aanslagjaar 2012. Deze historische “voorraad” (van vóór aanslagjaar 2013) kan, weliswaar met bepaalde restricties, nog worden afgezet tegen winsten van de (in regel) zeven volgende belastbare tijdperken. Door deze overgangsregeling gaat de historisch opgebouwde notionele intrestaftrek niet onherroepelijk verloren en worden de gevolgen van de nieuwe regeling enigszins getemperd.

    Door de gewijzigde manier van aanrekenen, wordt er echter bewerkstelligd dat de “voorraad” aan notionele intrestaftrek trager zal kunnen benut worden in de tijd. Bovendien zal 40% van de toekomstige winst (na toepassing van de andere aftrekken zoals DBI-aftrek en verliesverrekening) die de grens van 1 miljoen EURO overschrijdt, effectief aan belasting onderhevig zijn ondanks het feit dat er nog overdraagbare notionele intrestaftrek voorhanden is (de notionele intrestaftrek boven 1 miljoen EURO is immers slechts voor 60% aftrekbaar).
  • Door de invoering van de nieuwe anti-misbruikbepaling wordt het wellicht ook eenvoudiger voor de fiscus om bepaalde zogenaamde “artificiële” constructies aan te pakken die erop gericht zijn om de notionele intrestaftrek te “optimaliseren”.


Vergelijking oude en nieuwe regeling

Hieronder vindt u schematisch de wijzigingen weer:

Oude regeling (tem AJR 2012) Nieuwe regeling (vanaf AJR 2013)
Tarief 3,425% (kleine vennootschappen 3,925%) 3% (kleine vennootschappen: 3,5%)
Basis berekening Gecorrigeerd eigen vermogen Gecorrigeerd eigen vermogen
Overdracht 7 jaar Niet meer mogelijk
Overgangsbepaling inzake aftrek van “voorraad” aan notionele intrestaftrek  / - Slechts aftrekbaar na “andere aftrekken”
- Beperking aftrek notionele intrestaftrek tot 60% in de mate dat de restwinst > 1 miljoen EURO; beneden die grens volledig aftrekbaar
- 7 jaar overdraagbaar tot aanslagjaar 2019
Anti-misbruikbepaling  / Verscherpte strijd tegen zogenaamde “artificiële” constructies

 

Conclusie

Door de verschillende en vrij technische beperkingen aan de notionele intrestaftrek die vanaf aanslagjaar 2013 gesteld worden, zullen heel wat ondernemingen een negatieve impact ondervinden op hun belastbare winst. Het is aangewezen om de impact duidelijk in kaart te brengen en te analyseren waar er eventueel een oplossing kan gevonden worden.


Indien u hieromtrent verdere vragen heeft, aarzel niet om met ons contact op te nemen.


Met vriendelijke groet,

De Bofidi Groep

GENT

Tel.: 09 240 78 00
Fax: 09 240 78 78

Dit e-mailadres wordt beschermd tegen spambots. JavaScript moet zijn geactiveerd om het te bekijken.

bofidi_gent

ANTWERPEN

Tel.: 03 560 11 00
Fax: 03 560 11 11

Dit e-mailadres wordt beschermd tegen spambots. JavaScript moet zijn geactiveerd om het te bekijken.

bofidi_antwerpen

BRUSSEL

Tel.: 02 231 14 02
Fax: 02 234 68 80

Dit e-mailadres wordt beschermd tegen spambots. JavaScript moet zijn geactiveerd om het te bekijken.

bofidi_brussel